"Tot heil van Java's arme bevolking"
Een keuze uit het Dagboek (1851-1860) van Pieter Jansz,
doopsgezind zendeling in Jepara, Midden-Java.
Geannoteerd en van een inleiding voorzien door A.G.Hoekema
Manuscripta Mennonitica 1
183 bladzijden
Het uitvoerige Dagboek van Piet er Jansz (1820-1904), de eerste doopsgezinde zendeling op Java, bevat een schat aan interessante gegevens over het moeizame begin van zijn arbeid in het gebied rond Jepara, Midden-Java. Ook worden we ingelicht over zijn theologische opvattingen en over zijn contacten met zendelingen van andere genootschappen op Java. Van groot gewicht is de beschrijving van zijn veelvuldige ontmoetingen met de belangrijke onafhankelijke Javaanse evangelist Ibrahim Toenggoel Woeloeng die naderhand Jansz' tegenspeler zou worden in dit gebied. Boeiend is tenslotte Jansz' registratie van zijn gespannen verhouding tot de koloniale overheid.
Het Dagboek is door dit alles een belangrijk ego-document uit een cruciale periode van de Nederlandse kerk- en zendingsgeschiedenis. Ook andere zendelingen hebben dagboeken bijgehouden, maar voorzover ze bewaard zijn gebleven, zijn ze summier en fragmentarisch van aard. De drie delen van Jansz' Dagboek omvatten meer dan duizend klein geschreven folio-pagina's. Daarnaast zijn een paar honderd brieven van en aan hem bewaard gebleven die het totale beeld versterken.
Jansz zou naderhand vooral bekend worden als lexicograaf en als vertaler van de bijbel in de Javaanse taal. In dit Dagboek komt hij naar voren als een man van krachtige principes die, geconfronteerd met de nodige tegenwerking, niettemin de rug recht houdt. |